Even geen mariakaakje

Ja, het is waar,
natuurlijk ben ik blij
dat er op deze regenachtige dag
een huis is waar ik naar binnen kan
waar een dak op zit en mijn was
te drogen hangt
natuurlijk ben ik degene dankbaar
die ooit de ramen aan alle kanten
bedacht waardoor je nog een klein
stukje rivier kon zien en een verdieping
aanbracht waar een bed kan staan
waar ik met een man in slaap die onder
de deken mijn hand vasthoudt als ik
bang ben voor het grommen van de
volgende dag en mij woorden als loft
permafrost en kinderbijslag
influistert om de slaap te kunnen vatten
zodat ik tenslotte ook nog aangenaam
kan dromen over mijn vader die op
handen en voeten over een zebrapad
huppelt om aan te tonen dat hij geen
dokter nodig heeft.

Tuurlijk.

Maar voor het overige doen we
in de Nederlandse steden en provincies
gek, bijna larmoyant over het woord thuis
gedoe met houten letters -HOME- voor
het raam, hoezo voor het raam?
Weet je anders niet waar je woont
of wil je dat iedereen inclusief Engelstaligen
er een jaloerse blik op werpt, had ik maar
een HOME is where the heart is ofzo?
wat in onze krappe vaderlandse verbeelding
altijd een bank is waar iedereen ‘s avonds op
kruipt- hoezo kruipt- en vaak iets met een dekentje
nooit een oude sprei of een meurende lap
en natuurlijk chips en ook steevast een mooie Netflixfilm
hoezo altijd mooi? Hoezo Netflix, hoezo chips?
waarom geen opgewarmde, aangekoekte griesmeelpap?

Terwijl ik dit opschrijf in mijn thuis op een harde stoel
realiseer ik me dat ik in een nogal recalcitrante
periode van mijn stadsdichterschap ben beland
in dit land waarin ik toch al niet rijm

Van geen kant, laat staan thuis wil zijn
en waar zeg maar gewone mensen denken:
hebben ze eindelijk een heerlijk knus thema, de dichters
om een ontroerend gedicht over te maken
gaan ze ineens een raar verhaal schrijven
over hoe thuis net zo goed leeg en kaal kan zijn
als je over de drempel stapt na een klamme dag
en iedereen is weg, als het nogal merkwaardig ruikt
en je erin zit opgesloten en ziet dat het
vol nutteloze voorwerpen staat van ooit gevierde verjaardagen
waarop ineens ook heel veel stof ligt
ach, er komt toch niemand, dus laat maar
als het binnen net zo regent als buiten
als er geslagen, gestompt
en naar de tv wordt gescholden
en er geen mariakaakje te bekennen is.

Tja, thuis.

Ik heb ineens ongelooflijk veel zin
om het dak er af blazen
drempels, vensterbanken inclusief
houten home letters te slopen
een en al raam te worden en allemaal open
het ogenblik grijpen, op kale grond ontwaken
pijlpunt worden of je laten raken
weten zonder na te hoeven denken
dak of geen dak, kak!
HIER hoor ik te zijn
je daden in gevaarlijke inkt dopen
er pijpenstelen doorheen laten lopen
veiligheid, niet meer aan denken
zekerheid, compleet vergeten
weten dat je goed zit
ligt, rent, of totaal op de kop staat
jazeker, je gloedt, je lichterlaait
je trekt je kleren uit en voelt
weer even iets waar ’t echt om gaat

en dat het in je hoofd zo zonder dak
echt behoorlijk HEERLIJK waait.

Dit gedicht is gemaakt in het kader van de nationale Poëzieweek met als thema Thuis. Voorgedragen onder andere op de Deventer gedichtenavond op donderdag 25 januari 2024 in MIMIK.

Het hoofd
huishouding
houdt alles
graag rustig en rein
tussen onze oren
en vergeet bij tijd en wijle
dat wij alleen voortwaaiend
hartkloppend
lichterlaaiend
precies zijn
waar we horen.