Gedichten


Halverwege

Dit is het hoogste punt.
Wat is verstreken, wat nog komt,
ik sta er even tussenin,
ben hier geen schaduw dichter bij
het einde dan bij het begin.

Precies dit hier en nu,
die het volmaakte midden zijn,
vervluchtigen, en veel te vlug.
Ik daal weer af; vanaf dit punt
is elke stap er een terug.

Nog eenmaal kijk ik om.
Mijn ouders leven nog, mijn lief,
maar alles volgt dezelfde lijn.
Heel even spijt het mij dat dit
de eindbestemming niet kon zijn.



Het nieuwe vreemd

En langzaam komt de wereld weer op gang,
het openbare leven weer tot leven.
Door al die maanden thuis te zijn gebleven,
kreeg Nederland geleidelijk het virus in bedwang.

De anderhalvemetermaatschappij,
voor dat idee heeft niemand nog staan klappen,
toch mag de discipline niet verslappen,
juist nu niet, want onthoud: we zijn nog lang niet virusvrij.

Dat heel de wereld in het duister tast,
dit niet zo een-twee-drie is uit te roeien,
het aantal doden zomaar weer kan groeien,
zijn klare feiten, dus we houden onze harten vast.

Bezorgd en huiverig voor weer een piek
is hier ook vrij rechtlijnig ingegrepen;
de straten zijn voorzien van strenge strepen,
wij houden dus maar rechts en volgen angstig de grafiek.

Opnieuw in quarantaine, het idee!
En dat dat grut weer thuisles dient te krijgen,
om nog van dit gedichtje maar te zwijgen,
daar doe je onderhand echt níémand een plezier meer mee.

O God, beteugel deze pandemie
en hoed ons voor een tweede golf coronapoëzie.


Herdenken in tijden van corona

Natuurlijk is het niet te vergelijken,
is elk verband bij voorbaat ongegrond,
al namen wat bedenkelijke leiders
het woord al wel krijgszuchtig in de mond

en zijn er doden en gebiedsverboden,
kan soms de avond vallen als de nacht,
de stilte in de schemer je bekruipen
als is er weer een avondklok van kracht.

Al doet het er soms vagelijk aan denken –
dit wordt ons door iets anders aangedaan,
dit overkomt ons, overkomt ons samen,
en oorlog, dat doen mensen mensen aan.

Hier sta ik met mijn vierendertig jaren
en ik heb de verhalen wel gehoord,
maar daarmee ken ik enkel de verhalen;
voor mij is oorlog weinig dan een woord.

Hoe is het ook voor mogelijk te houden,
na driekwart eeuw alweer te zijn bevrijd,
als kind van een gespaarde generatie,
in een welvarend land in vredestijd?

O, ik herdenk, met opperste bezieling,
sta zelfs bij het niet navertelde stil,
maar in essentie is het nooit navoelbaar,
niet werkelijk, niet met de beste wil.

Natuurlijk is het niet te vergelijken.
Er is geen gek die dit verzonnen heeft,
toch is het wel iets, zij het onvolkomen,
wat ons een referentiekader geeft,

en zijn wij er, door wat ons nu ten deel valt,
een heel klein beetje meer doordrongen van
dat wat vanzelf spreekt altijd kan ontsporen,
ons altijd iets noodlottigs treffen kan.

We memoreren morgen de bevrijding,
niet feestend, niet massaal – dit jaar in rust,
ons in ons huis verschuilend, ons bezinnend,
van onze vrijheid meer dan ooit bewust.


Herdenken in tijden van corona

Hierbij mijn gedicht ‘Herdenken in tijden van corona’ ter gelegenheid van Dodenherdenking 2020, uitgezonden door Deventer radio en televisie, opgenomen door de Rocketboys. Ik vond het eervol een bijdrage te hebben mogen leveren.


Niet eerder

De aanblik van de lege winkelstraten
leidt even tot een lichte huivering.
De Brink nog leger dan Het Grote Kerkhof,
de stad nog stiller dan mijn wandeling.

Sporadisch zie ik enkele passanten,
elkaar ontwijkend in gestrekte pas,
bekenden die zich tot een knik beperken,
angstvallig weggedoken in hun jas.

Hoe troosteloos, hoe omineus dit straatbeeld,
maar hoe ontroerend tegelijkertijd,
want achter deze ijzige façade 
schuilt niet aflatende saamhorigheid.

Er wordt geredderd, in de bres gesprongen,
bedrijven bieden hulp op grote schaal,
artiesten steken harten onder riemen
en zoveel hartverwarmends gaat viraal.

Mijn pas vertraagt, heel even zie ik voor me
hoe er gevochten wordt en liefgehad,
de mensen in de zorg – ik val er stil van.
Inwendig stil, nog stiller dan de stad.

Waarop me invalt dat ik met de wereld,
de maatschappij – zo broos, zo goedbedoeld –
mij ondanks al die anderhalve meters
niet eerder zo verbonden heb gevoeld.

Naar aanleiding van de ingrijpende maatregelen om het coronavirus tegen te gaan.


Uit de contramine

Ter gelegenheid van de Boekenweek dus, met als thema ‘Rebellen en dwarsdenkers’


Dat ik bang was

Dit pand aan de Mr. H.F. de Boerlaan, dat trouwens een woonhuis is, heeft me al vaak als ik erlangs kwam aan het mijmeren gezet. Nu heeft het ook tot een gedicht geleid.

Dat ik bang was

Ik droomde dat ik bang was voor de dood,
lucide mij was ingevallen dat
al wat ik was weer eens werd afgesneden
van al waar ik in vastgeklonken zat.

Dat dat, en verder niets, de toekomst bood;
dat alles wachtte tot de noodklok sloeg
en hier en nu verstoven tot verleden,
voor eeuwig, en dat dat dus angst aanjoeg.

Geen meisjeslach, geen vergezicht, geen boom
waarin ik de voorzienigheid niet zag,
alsof ik iets verborgens had ontdekt.

Maar ik ontwaakte uit die boze droom
en een zoveelste eindeloze dag
lag doodgewoon weer voor me uitgestrekt.


Per definitie

In de grote zaal van de schouwburg – die tot de nok toe gevuld was met vrijwilligers – mocht ik dit lofdicht voordragen:

Per definitie

De stellende trap is vrijwillig,
vrijwilliger is de vergrotende.
Toch hoeven juist jullie niet steeds hogerop,
over hellende treden en sporten.

De ladder die wij als bezeten beklimmen,
steeds hoger en koste wat kost hoger nog,
wordt door jullie standvastig verstevigd, gestut.
Zonder jullie viel heel het ding om.

Van al jullie weldoeners
valt ook dit jaar weer een deel in de prijzen,
maar onderscheid is hier gratuit:

vrijwilliger is de vergrotende trap,
vrijwilligst – vrijwilligst bestaat niet.
Is immers niet per definitie vrijwilliger
welbeschouwd onovertroffen?


Natuurgeweld

In Boekhandel Praamstra werd de tentoonstelling Mooi Marginaal in Salon de Praam geopend. Margedrukker Bert Rigters, van Papyrus Private Press, heeft voor deze gelegenheid ambachtelijk een sonnet van mij gedrukt.

Natuurgeweld

Een plantje, teer en weerloos op het oog,
kwam ondanks alle wind en regenvlagen,
de sneeuw en ijzel van de laatste dagen,
geheel en al op eigen kracht omhoog.

Onstuimiger dan het decemberweer
is hier de blinde levensdrift gebleken,
die door geen storm of stortbui is te breken;
nog woester gaat de levenswil tekeer.

Ontembaar aangetrokken door de zon
ontvouwt zich hier eenvoudig wat moest blijken.
Je staat erbij en staat ernaar te kijken,
bespiegelt hoe eens jouw bestaan begon.

Dat jij er bent is, als je dit beziet,
misschien nog zo verbazingwekkend niet.


De Pieten

Waar men – langtenig, xenofoob – het hele jaar weer door
De kleurling maar ternauwernood verdroeg
Doet zich rond sinterklaas spontaan het omgekeerde voor:
De Pieten kunnen ons niet zwart genoeg


Het Noordenbergkwartier

Dit droeg ik voor op de jaarlijkse bijeenkomst van de Noordenbergers:

Hoe onverwoestbaar

Hoe onverwoestbaar ligt het hier,
rotsvast als een historisch feit,
welhaast een vanzelfsprekendheid:
het Noordenbergkwartier.

Waar naadloos nieuw met oud versmelt,
met monumenten zij aan zij
en gevelrij na gevelrij
in linies opgesteld.

Een schat aan authenticiteit 
die zelfs de tijd niet krijgt verwoest.
Alsof het niet ooit wijken moest
voor de grootschaligheid.

Als scheelde het niet ooit een haar
of de historie die de stad
de stad maakt die ze is, ging plat.
De plannen lagen klaar.

De ingezetenen ten spijt
was de bestemming – men dacht groots –
wat toegangswegen en ruimschoots
parkeergelegenheid.

Maar de bewoners boden er
fel weerstand aan, met hand en tand;
de plaatselijke middenstand
was dit een brug te ver.

Al stond de afbraak zwart op wit,
zij stonden op en vochten toch.
Maar wie kent nu de namen nog,
Van Essen, Peters, Smid?

Zij streden, zonder compromis,
en hebben hun gelijk gehaald
en zo zelfs het gezicht bepaald
van wat de stad nu is.

Het Stadsarchief, de Kranensteeg
de Nieuwe Markt, het Muggeplein,
het zou er domweg niet meer zijn
en het verleden zweeg…

Het is er nog. De buurt hield stand,
de straten hielden hun patroon,
de linde als een pinksterkroon
herleefd weer aangeplant.

Een stadswijk als een monument,
waarvan toch ooit de ondergang,
ondanks gemeentelijk belang,
maar net is afgewend.

Al was de kans van slagen klein.
Hier is destijds iets groots verricht.
Laat deze woorden, dit gedicht
daarom een ode zijn.

Als vanzelfsprekend ligt het hier,
met dank aan niemand minder dan
de moedige bewaarders van
het Noordenbergkwartier.


Tuinfeest

3 augustus 2019 werd ik bij de aftrap van het Tuinfeest als nieuwe stadsdichter geïnstalleerd. Voor de gelegenheid schreef ik dit gedicht:

Tuinfeest

Je kunt ze beter lezen, in je eigen tempo, ongestoord
Zodat je ook niet telkens al die dichterlijke toontjes hoort

Gezeten in je luie stoel geniet je een gedicht volmaakt
Niet zelden dat je ergens halverwege in vervoering raakt

Je legt de bundel eens terzijde, laat bezinken wat je las
Je blik dwaalt af, gedachteloos vergeet je even waar je was

Zo neem je ze het beste tot je, voor een optimaal effect
Toch loopt het storm als Bouwkunde een blik poëten opentrekt

Er lopen meer dan dertig dichters rond hier op dit tuinfestijn
Wel meer dan dertig! Berg je maar, één dichter kan al gortig zijn…

Maar zie, dit is een viering, het is straks in alle tuinen feest
Dit alles is ter ere van wat je normaal gesproken leest

Ter ere van het woord, de taal, de diepere betekenis
Die vrije vrijetijdsbesteding die gedichten lezen is

Die ingetogen bezigheid, inwendig, in zichzelf gekeerd;
In stilte wordt wat even stil geschreven is, geconsumeerd

Zo klein als poëzie kan zijn, zo introvert en een-op-een
Zo buitensporig vieren wij tot middernacht dit fenomeen

Dat brengt ons hier bijeen. En na zo’n dag, geheel en al voldaan
Kan iedereen in zijn cocon er weer een jaartje tegenaan

Verzadigd van dit festival, waar schoonheid nooit terrein verloor
Het kleine nog de ruimte krijgt, de stilte nog gehoor


Tot ziens Deventer

Lieve mensen, wat waren het twee prachtige jaren. Ik heb zoveel mensen mogen ontmoeten en zoveel leuke dingen gedaan als stadsdichter, dat ik er nu nog meer dan toen ik begon van overtuigd ben dat Deventer geweldig is. Ik ken niet alle steden, dus ik kan niet met zekerheid zeggen dat Deventer dé leukste stad is, maar in mijn beleving is het dat in elk geval wel;-)

Ik wens jullie heel veel geluk met jullie nieuwe stadsdichter, Robin Bleeker. Toen ik hoorde dat hij mijn opvolger werd, werd ik daar bepaald vrolijk van. Jullie zijn in goede handen, dat weet ik zeker, en ook dat het twee mooie jaren gaan worden met Robin als jullie poëtische roerganger.

Ten slotte hebben we iets moois voor jullie gemaakt. Bij het afscheidsgedicht dat ik schreef voor Deventer, wegenkaart, heb ik samen met filmmaker Martijn van Hese een videoclip opgenomen. Voor jullie, met jullie.


vangst

alle stemmen spreken
vervormd over de speakers
brandgevaarlijk Chinees speelgoed
doet zich voor als 
indrukwekkende prijs
we plakken duizenden 
felgekleurde lampen
op een plein vol aanhangers
noemen het amusement

niks wil slechts zichzelf zijn
en iedereen vooral meer
gul en vaardig een vangst 
zoals de grootste
speelgoedbeer aan de kraam
soms werkt het
tot je ermee thuis komt
en het slechte handwerk
de loszittende onderdelen ziet


Deventer Kermis – Foto Pieter Leeflang

Wibo: “Ik vind de kermis altijd fascinerend, mooi en ook een beetje treurig. Alles roept om het hardst om aandacht, tot al je zintuigen vragen om stilte.”


blauwdruk voor een droom

het is een onzichtbare projectorganisatie
die ’s nachts als mensen slapen
met rollend materieel
dromen waar komt maken

het is een gevaarte, hoorde ik
met hemelhoge schoorstenen
die non-stop zegenende rook
uitblazen over de stad

het is zelf een droom zeggen ze
die kleine dromen afscheidt
maar hoe dat dan precies gaat
daarover zwijgt men

ik stel me voor dat mensen aankloppen
met een blauwdruk voor een droom
etherische wezens schroeven aandraaien
langs een assemblagelijn en

dromen van de band rollen
de stad in tussen de mensen
gezien worden verwonderen
nieuwe dromen opwekken


Ter ere van de lustrumviering van de Deventer Cultuur Club, die in 5 jaar tijd hielp om meer dan 100 projecten waar te maken.


de wetmatigheden van Viking

1e wetmatigheid van Viking:
naarmate online discussies langer duren
neemt de stelligheid
dat het geld voor de Viking
anders besteed zou moeten worden toe met 100%

2e wetmatigheid van Viking:
naarmate online discussies langer duren
menen mensen met 100% zekerheid te weten
dat wat er dan ook niet door de gemeente gedaan wordt
niet gedaan wordt om het geld voor de Viking op te hoesten

3e wetmatigheid van Viking:
ook al verandert men de Viking
vijfentwintig keer van naam
dan nog is het een kwestie van tijd
tot de voormalige Viking weer de Viking genoemd wordt

Het filmtheater van de achterzijde – foto Pieter Leeflang

Wibo: “Pieter en ik schrijven en fotograferen voor de Deventer Post elke maand wat ons bezighoudt aan de stad. Ik word een beetje moe van het Viking/Mimik-bashen online, en formuleerde deze wetmatigheden naar de wetmatigheid van Godwin.”


spruitjeslucht

we kunnen het er maar beter niet over hebben
wij weten wel waarom we hier wonen

als we dat aan de grote klok hangen
dan komen ze je zult het zien

hordes Randstedelingen op zoek naar betaalbaar vastgoed
een eenuursverbinding naar Amsterdam

onze blauwe luchten vergezichten
ons groen en onze geschiedenis

en maar onze bieren drinken
aan onze IJssel liggen cultuur genieten

voortaan gebruiken we naar buiten toe
een façade van grauwe Oostblokarchitectuur

hangen ventilatoren boven kookpotten vol spruitjes
bij de stadsgrens


voor DRTV-programma ‘boodschap aan de stad’ op 3 mei 2019, met als thema woonklimaat


A1 Li 105,0

misschien te diep nagedacht
een ogenblik afgeleid
uitgeweken voor iets of iemand op dat vroege uur

deze plek onthult niks draagt nu
voor altijd deze gebeurtenis
met zich mee

ik vraag me af: wat zei het matrixbord
was er een boodschap daar speciaal voor jou
hopelijk was het iets hoopvols

iets wat niemand verder weet
maar jou op je verdere weg begeleidt
en ben je waar je bent met wie je verdween

dat kon iets van troost betekenen
misschien een klein beetje
voor wie zoveel verloren in een ogenblik


voor Brandon Leatemia, Damian Echter, Ömer Dogan en Jeroen van Beek die dodelijk verongelukten op de A1 ter hoogte van hectometerpaal Li105,0 door een botsing met een matrixbord


dus jij wil stadsdichter worden

(vrij naar Charles Bukowski)

als de muze niet
door je verplichtingen heen tot je zingt
begin er niet aan

als de stad niet in je hart zit
in je gedachten en op je tong
begin er niet aan

als je echt moet wachten op het gouden idee
in een stad waar op elke straathoek
honderd verhalen naar je lonken
begin er niet aan

als je rijk wil worden of beroemd
begin er niet aan

of als je indruk wil maken op een feestje
begin er niet aan

als je maanden moet schaven
al moe wordt van eraan denken
als je gaat doen wat een ander al deed
begin er niet aan

als deze stad niet uit je pen vloeit
je de straten niet kunt spellen
niet meer ervan wil maken dan er al was
begin er niet aan

als het je tijd is
en de stad heeft jou verkozen
zal hij in je woorden wonen

zo werkt het
en het is nooit anders geweest

Oproep voor de nieuwe stadsdichter van Deventer. Lees er meer over op deventer.nl/stadsgedichten.