Gedichten


Feest feest feest

je moet zelf de slingers ophangen zeggen ze
maar sommige mensen zijn het feest
omhangen met onzichtbare guirlandes
transparante confetti in hun haar

op onbarmhartig koude dagen
in godsonmogelijke tijden
als het lijkt of alle wegen geplaveid zijn
met alle tinten troosteloos

komt er iemand voorbij
die alle bezwaren en omstandigheden
van tafel veegt en zegt
dat het feest feest feest

Feest door Pieter Leeflang

Wibo: “Fotograaf Pieter Leeflang en ik maken elke maand een foto met gedicht voor de Deventer Post. Op deze carnavalsfoto kwam ik de onverwoestbaar vrolijke Willem tegen, waar ik graag een praatje mee maak . Hij is, net zozeer als de Deurbloazer op de foto een gangmaker;-).”


spiegelbeeld

vanmorgen naar de rivier gelopen
gekeken hoe hij het ochtendverkeer
de lantaarnpalen van de Welle spiegelde alsof
onder water een andere stad ons volgde

als dat zo was zou jij daar zijn en ik
leefden we onze levens ingegeven
door iets een hogere macht
die ons handelen voorschreef

misschien zijn wij dat een fractie vertraagde beeld
heeft niemand dat ooit gemeten
denken we maar dat wij onze keuzes maken
zijn we stuurlui aan wal

ik ging tenminste dat meende ik
en de rivier zweeg in zijn bedding
de rest van de dag hield ik nauwlettend
elke beweging van mijn handen bij

Wibo: “Pieter en ik schrijven elke maand een gedicht voor de Deventer Post. Tijdens een wandeling langs de IJssel moest ik denken aan spiegelingen in het water, vandaar.”


hokjes

vandaag paste ik in een hokje
deed de gordijnen dicht
en wachtte met alle anderen in hokjes
op de terugkeer van het licht

overdag leek de wereld normaal
mensen op straat een melkachtige lucht
tot het schemerde en iedereen
zich terug haastte

eenpersoons- groeps- en drieploegenhokjes
en buiten de reizigers de laatste rokers
in jassen gedoken snellend over de Brink
alsof de donkere dagen ze achtervolgden

op weg naar hokjes om te schuilen
naar binnen toe te leven
met onze kleine kostbare zonnen
achter luxaflex en overgordijn

donkere dagen - Foto Pieter Leeflang

Wibo: “Fotograaf Pieter Leeflang en ik proberen Deventer in beeld en woord te vangen voor de Deventer Post. Soms wandel ik ’s avonds over straat en lijkt iedereen, zeker in de winter, opgeborgen in zijn of haar eigen hokje.”


nachtdienst

nacht hangt als zware overgordijnen voor de dag
we wachten kwetsbaar in het donker
met onze dromen en gedachten
op onze levens om verder te gaan
de dag om ons te verlossen

het zijn uren dat kleine geluiden ver dragen
iemand loopt een ronde wacht
klikt geruststellend hakken door de gang
ergens bereidt iemand de dag al voor maakt zich op
de nacht in vaardige handen over te dragen

als we wakker worden blijkt
het is weer gelukt de dag
en wie hem bracht
vertrokken nu
naar huis naar dromenland


Wibo: “Nachtburgemeester Karlijn Ribbers wilde mensen die in de nachtdienst werken graag in het maantje zetten, en vroeg mij om een ode te schrijven aan de ziekenhuismedewerkers van het Deventer Ziekenhuis. Tijdens de nachtdienst maakten we een ronde langs de afdelingen om met alle harde werkers in gesprek te gaan en ze deze ode aan te bieden.”


Schaamklaas

Schaamklaas

er loopt een man
door het donker
die het moeilijk heeft

er wordt voor hem gesproken
uit zijn naam worden
kinderen gekwetst

misschien moest hij dit jaar
maar eens verstek laten gaan
dat ze met zijn allen aan de kade staan

er niemand danst of springt aan dek
er ligt slechts een juten zak
voor de mensen en hun meningen klaar

maar de kinderen dan
waar het uiteindelijk om gaat
hij zucht en draagt het nog een jaar

Wibo: “Ik denk dat de Sint te gewetensvol is om het af te laten weten. Maar ik zou het de goedheiligman niet kwalijk nemen als hij een sabbatical nam tot wij er met zijn allen uit zijn hoe we dit weer een feest voor iedereen maken.”


groene mannen

groene mannen ontspruiten aan de muren
kijken zonder knipperen over de straten uit
bescherming tegen een ons tot op heden
bespaard gebleven kwaad

zouden ze klimaathoeders zijn
redders van mensen tegen zichzelf
als ze konden haalden ze bakstenen schouders op
het is kennelijk nog niet te laat

het gevaar dwaalt niet of elders
en de straat is geen strijdtoneel
alleen blaften vanochtend twee honden
bloeddorstig naar elkaar

groene mannen slapen met ogen open
slijten vormloos met de jaren
misschien zullen ze nooit
nodig zijn

Groene man - foto door Pieter Laaflang


Wibo: “Fotograaf Pieter Leeflang en ik proberen Deventer in beeld en woord te vangen voor de Deventer Post. Er zijn veel groene mannen in Deventer, en ik vind ze altijd een mooi gezicht. Eigenlijk zouden ze overal in Deventer – ook in de Vijfhoek – moeten hangen, dus kunstenaars, ik nodig jullie bij deze van harte uit.”


zeventien dromen

iemand droomt zeventien dromen
zestien van doelen om de mens te verheffen
de zeventiende dat iedereen zich daarachter schaart

het gekke aan dromen is
dat de meest buitenissige
– vliegen, de maan bezoeken,
praten met iemand op 10.000 kilometer afstand –
sneller werkelijkheid werden dan simpelweg
mannen en vrouwen gelijk behandelen
het teveel aan alles eerlijk delen

nog gekker:
meerdere mensen kunnen dezelfde droom delen
langzaam ontwaken in hetzelfde bewustzijn
hem waar te moeten maken

het gekst:
anderen wakker maken voor dezelfde droom
soms zijn er al kleine aanwijzingen
dat ze waar worden

 


Wibo: ik schreef dit voor het tweejaarlijkse evenement Deventer Wereldstad, dat als thema de 17 sustainability goals van Unesco meegekregen had.


bevroren beesten

vandaag rust ik op een beeld van paarden
die als jonge veulens rollen
hun spel gevat in onbeweeglijk brons

alsof ze in hun vreugde onderbroken werden
door een basilisk wachten ze
op een goede afloop van hun verhaal

een held die Bathmen ontzet met spiegels
het fabeldier onschadelijk maakt
de paarden hun vrijheid schenkt

het zal niet voor vandaag zijn vrees ik
ga mijns weegs terwijl
de bevroren dieren wachten

in hun slaap bewegen


Wibo: “Ik las op internet dat deze paarden de bevolking van Bathmen symboliseren, die van hard werken kwamen tot vertier en cultuur. Zitten ze daar in vast, vroeg ik me af? Dat is natuurlijk altijd de makke met stilstaande beelden, ze vangen alles.”


vandaag begin ik

ik groeide op met het verdwijnen en verschijnen van grenzen
zag volkeren vluchten en andere rijk worden
terwijl spiegelpaleizen gebouwd worden in het zand
vliegen we onbemand over resten van hutten
stromen mensen als water tegen muren
waar geen vijand voor bestaat

we maken onze wereld klein en
pakken alles alleen nog met sanitaire doekjes vast
hier een doekje voor je gevoel
een sanitair doekje om het nieuws
het onthoofde westen dat zich als een
nachtmerrieruiter over beeldschermen verspreidt

hier leven we tussen de terreurmeldingen
getraumatiseerde vluchtelingen
gaan hardnekkig naar de huidhoudbeurs
en ’s avonds temptation island op tv
niemand snapt nog echt hoe het zit
al zijn er genoeg mensen die een mening hebben

dit is de wereld die mijn kind erft
de wereld waar ik verantwoordelijk voor ben
een heel klein stukje van de maalstroom
die alles met zich mee zuigt de afgrond in
maar als ik me vandaag omdraai je aankijk
en jij de ander enzovoort

dan zetten we langzaam
de maalstroom stil

 


Gedicht ter gelegenheid van het Gemeene Festival; hiermee brengt het Geert Grootehuis het gedachtegoed van Geert Groote naar de moderne tijd. Het thema in 2018: is het wij, zij of de ander.


werelden

kom binnen zegt dit huis van licht
van rekken vol weten en ruimte om te delen
hier leren we je vissen in de taal
en dat het maken al in je handen wachtte
om door jou ontdekt te worden

we gaan op onderzoek uit
duiken de eeuwen voor ons op
zoals de tijd hier neersloeg in steen
lieten eerdere zoekers in de marges
hun aanwijzingen voor ons achter

hierheen naar een toekomst
waarin we nieuwe werelden ontdekken
tot we ons realiseren
dat dit de plek is waar
ze samenkomen allemaal

 


Gedicht bij de opening van de nieuwe bibliotheek aan de Stromarkt.


wens

dat je ver mag reizen en altijd
je weg terug mag vinden
dat het verhaal van je leven
de vreugde mag evenaren
van je komst

dat de IJssel je zorgen mag dragen
als je niet weet hoe
en de velden fluisteren hierheen
als je niet weet waar

dat er altijd een plaats aan tafel
voor je gedekt mag zijn
en deze stad een deel van jou
zoals jij nu onlosmakelijk
van de stad

 


Een wens voor Thijmen, de honderdduizendste inwoner van Deventer.


reisgids

ik ben een toerist
verzamel alle steden
daar steel ik verhalen
met mijn camera

thuis rijg ik mijn beelden
weer aaneen tot een stad
die niet de mijne is
maar die ik op intieme wijze ken

het staat in een boek
dat me vertelt wat belangrijk is
je herkent me eraan op reis
de beduimelde editie in mijn achterzak

ik maak mijn afgemeten ronde
vink de kroonjuwelen af
terwijl het publiek voortsnelt
alle parels liggen laat

je zou ze de ogen van een toerist wensen
een reisgids vol verlangen

 


Wibo: “Ik schreef dit gedicht ter gelegenheid van de opening van het Monumentenweekend. De uitdrukking ‘reisgids vol verlangen’ is ontleend aan de prachtige bundel ‘reisgids van verlangen’ van collega-dichter Martin M. Aart de Jong.”


sieur sieur

ik schrijf mezelf een hele heer
doe zo van me spreken
als een laagst ingezetene
die alleen dit woord
als middel restte om
zich een plek te geven

weet jij veel misschien
betoon ik zo mijn eer aan
een boven mij geplaatste Heer
is elke druppel verf een gebed
mijn kerk de nacht
waarin ik werk


Wibo: “Ik zie deze tag wel meer in Deventer de laatste tijd. Het is een wat archaïsche term voor ‘heer’, en zou een verschil in rang en stand aanduiden: hoe een mindere een meerdere aanspreekt. Maar wie is die heer, of welke heer wordt er aangesproken? In elk geval is het wel weer een stap vooruit van de ‘anus’-tag die je op een gegeven moment ook veel zag;-).”


Worpplantsoen

het plantsoen telt de wandelaars
op hun trage ommegang
voelt de zachtheid van picknickdekens
als zoenen op zomerhuid

goedweervrienden melden zich
zitten de zonuren uit
tussen schaduwloof en
de subtiele streling van het gras
wie blijft dit park in zijn onweer trouw

hondenuitlaters in hun jassen gedoken
tijdens een herfstregenbui
trage wandelaars die zich een weg banen
door de haast tastbare kou

het plantsoen droomt ze in zijn slaap
zet zich schrap om te bloeien
te ontwaken naar de wereld toe
in zijn kruinen lentezangers
die de wederopstanding verkondigen

 


Wibo: “Op 12 augustus traden we met een gezelschap van Deventerse dichters en singer-songwriters op in de prachtige muziekkoepel op de Worp. Voor de gelegenheid schreef ik dit gedicht.”


handleiding voor geluk

het geluk laat zich niet tot aanwezigheid dwingen
hoogstens laat het zich verleiden
het juiste licht goede luim
– het geluk houdt van een gulle lach –
thee en een vriendelijk woord

maar niets forceren
hang geen prijskaart
aan het verstrijken van de tijd
leef rammel met potten en pannen
vergeet in de drukte
naar het geluk uit te kijken

en het komt steeds vaker voorbij
soms leunt het in de deuropening
vannacht dansen we
het geluk en ik
zwieren en tollen gelukzalig rond

 


Wibo: “Ik schreef dit gedicht ter gelegenheid van de opening van deelwinkel ‘het Geluk van Deventer’ op 8 juni. Een mooi initiatief dat in één pand meerdere kleine ondernemers wil samenbrengen.”


je gaat verder

je gaat verder het is niet meer dan dat
een mens komt en vult wat tijd vertrekt
althans zo zou het kunnen zijn
maar wie je in dat tijdsbestek bereikt

de levens die je raakt elke hand die je schudt
of keuze in het algemeen belang
maakt je meer dan een edelfigurant
een passant in deze stad

iemand die door cynisme heen
geglimlacht heeft
een mens tussen de mensen was

zo duik je onverhoeds in een gedachte op
als wij terugkeren tot de orde van de dag
je gaat verder dat is dat

 


Wibo: “Ik schreef dit ter gelegenheid van het afscheid van onze burgemeester Andries Heidema die, zo ontdekte ik online, ooit nog edelfigurant was in een Deventer uitvoering van Moulin Rouge. En iemand om met warmte aan terug te denken.”


niet op vakantie dit jaar

het werd stil op straat
de dagen vloeiden langs grachten
lege terrassen

het huisvuil vatte post bij lantaarnpalen
en het stof sloeg in de glazen

iemand gooide woorden uit het raam
en alleen de wind pikte ze op
een kat sloeg lusteloos naar een mus
de bus kwam eindeloos voorbij

een ander mijmerde over liefde
de krant over financieel toezicht
wie overbleef keek herhalingen op tv

ik groef een kuil in de achtertuin
Australië kwam langzaam dichterbij

Lege stad Deventer - foto Pieter Leeflang


Wibo: “De vakantie komt eraan, en de stad ondergaat dan een metamorfose. Langzaam wordt het stiller, en de achterblijvers lijken soms in een surrealistische andere versie van hun eigen stad terechtgekomen.”


interventie

’s nachts liggen we wakker
bij het geraas van de monumenten
die doorgroeien tot aan de hemel
het onophoudelijke beitelen
van de namen van gevallenen

het enige antwoord
dat we hebben op geweld
lijkt ons blijven stoten
aan een steeds trefzekerder
dodelijke steen

we wachten op al die juiste zaken
die om onze dringende
en gerechtvaardigde interventie
vragen

Foto Landmachtdagen Pieter Leeflang


Wibo: “Op de landmachtdagen (26 mei waren ze in Deventer) laat ons leger zien wat het in zijn mars heeft. Toch blijft het een gekke paradox, het leger. De vrede willen bewaken door de mogelijkheid geweld te gebruiken.”


Wachter

eenzame wachter langs het veld
onooglijk kleinood van de vervlogen tijd
wat je duidde heeft zichzelf
ontelbaar vaak vernieuwd
draagt alleen dezelfde naam
laat je staan met het besef
dat alles vergaat
jij het verhaal zelf
tijdelijk als een grens
gemaakt om te verdwijnen

 

wachter - foto Pieter Leeflang


Wibo: “Sommige grenspaaltjes staan er nog prominent, andere wat verscholen in de berm. Het doet me er altijd aan denken dat jaren geleden iemand ook zijn of haar Deventer betrad, en dat het toen een heel andere stad was.”


tussen de oorlogen

vandaag over een pad gelopen
gemaakt uit puin van een voorbije oorlog
een man vertelt wat er gebeurd is
telt de feiten op
tot hoe het zo ver is gekomen

dit interbellum lijkt het weer
alsof er nooit oorlog is geweest
we dreunen de jaartallen op
denken ons veilig in onze rituelen
weer keurig twee minuten stil gestaan

het puin wijst niet op het verleden
maar op een zelfgenoegzame toekomst
waarin we alles wel weten of menen
dat gebeurt nooit meer

wij moeten wakker blijven
de oorlog zachtjes sussen
hij slaapt een vederlichte slaap
op een wankel bed van beschaving

 


Wibo: “Ik moest toen ik dit gedicht schreef voor de Dodenherdenking aan meerdere dingen denken. Een excursie die ik vorig jaar maakte, waar we liepen over paden die geplaveid waren met puin van het bombardement van Rotterdam. En daaraan gekoppeld dat de mensen in het vorige interbellum vast ook dachten dat er nooit meer oorlog zou komen. Misschien hebben we dat niet volledig in onze hand, maar we kunnen wel kritisch zijn op elke ideologie die zich aandient.”