Gedichten


Boxbergerweg

In Wesepe ontspring je in het groen,
vindt kronkelend je weg langs veld en weide.
Een buitenplaats, een boerderij terzijde,
de bomenrij. De berm lijkt een plantsoen.

In Eikelhof zie je het oude kruis,
weet Diepenveen nog rakelings te passeren.
Je voelt de warme stad, je kán niet keren.
Nog één rotonde, en dan ben je thuis.

Maar bij Daventria vertraagt jouw pas,
bij Auping moet je plotseling verdwijnen
om bij de Heuvel nogmaals te verschijnen
en weer de weg te worden die je was.

Eén tunnel nog. De monding komt in zicht.
Jij langste straat hebt na de renovatie
weer aanzien. Je raakt weer in de gratie
Daarom één vraag: wie maakt dat gat eens dicht?

Dick Metselaar
Stadsdichter Deventer

De Boxbergerweg is de langste straat van Deventer. Er liggen enorme villa’s aan maar ook winkels, boerderijen  en sociale woningbouw. De ‘monding’ van de straat is bepaald geen visitekaartje. Bijna alle winkeliers hebben veel werk gemaakt van hun nieuwe winkelstraat. De bezitter van het eerste kavel echter, aan de kop van de winkelstraat, zorgt voor een naargeestige aanblik. Een braakliggend terrein met veel troep en zwerfvuil. Zo wordt de poging van gemeentebestuur en winkeliersverenigign, om de Boxbergerweg te renoveren en een fris aanzien te geven, gefrustreerd.


Borgelerbad, een zwembad-idylle

Gebaseerd op feiten

Klam zwetend zette de man zich in de kleedruimte.
Hij pelt zijn kleren af, als de jaren van zijn leven.
Kleine zwarte fauna valt trillend op de vloer –
springend, dansend, huppelen zij weg.

Zijn witbleke huid is als een maanlandschap,
korstige kraters vormen roodbruine eilanden
in een aards kleurengamma.
De man staat op,

hij begeeft zich op weg
er knapt iets – open,
dan laat hij zich langzaam in het lauwe zachte
zwembadwater zakken
met in zijn kielzog een stoet van ongewassenen.
Het water sluit zich als een zachte zalf om
de stramme botten, de huid, de schilfers en de schimmels.

Mijn ooghoek signaleert beweging
de badjuffrouw neemt lusteloos haar plaats in
en kijkt lethargisch voor zich uit, zij doodt haar tijd
met tegels tellen.
Het bad loopt vol: bezoekers die
dagelijks reikhalzend uitzien naar een weekbeurt.

In mijn hoofd vormt zich een film van afscheiding,
golven van  de beweging
kokhalzend sla ik
slag na slag
mijn zwembadbaan.

(overdenking: inenten tegen vogelgriep,
het is de vraag of het helpt: een paar baantjes Borgelerbad
en je kunt er weer een tijdje tegen)


Bergpoortstraat

Leg je oor te luister
tegen de tijd.
Hoor het stampen, het dampen,
het zagen, het knagen.
Hoor geschreeuw van de bazen,
gevloek van de knechten.

Hoor het koken van vetten
en het maken van tonnen.
Hoor het malen, het persen,
het zeven en breken.
Luister, hoe geluiden
vergaan, in de tijd.

Zie, gebouwen herrijzen.
Geluiden hernemen de ruimte,
als het zachte gefluister
van twee geliefden,
als een lach van de buren
op het balkon.

Er klinken kindergeluiden
uit monden voor wie deze plek
de wereld is.
brekerij, ziederij, grutterij, kuiperij.
Voor hén mystiek haast.
Woorden leggen, in metaal,
een rijk verleden vast.

Dick Metselaar