Gedichten


Worpplantsoen

Een steen geworpen van mijn huis
en van daar een weinig verder
in het groen. Een noenmaal
in het gras, ach, als dat nog eens bereikbaar was …..
Een zoenmaal is ook goed, waarover
ik zo graag als jongen las.
Maar ’t is een streng ontworpen park,
doorzichtig als kristal, getekend
met passer, liniaal en hark,
zonder struweel of struikgewas,
geen schuilplaats, geen bosschages …..
waar steel ik nog een kus,
waar streel ik nog een huid,
waar fluister ik nog een woord?
Zo raakt de liefde niet op vleugel,
al is het doorzicht schoon,
van ver reeds te bewonderen.
Een brede canapé met hoge rug,
in de gouden koepel neergezet,
als ware het een Venustempel van weleer,
met in het midden een liefdestroon,
doet ongetwijfeld wonderen
en kan misschien wel door de Nering Bögel.

Deventer, 29 juli 2013
Herman Posthumus Meyjes

 

Opmerking:
Nering Bögel: ijzergieterij en een van de oudste industrieën in de stad, met wortels in de eerste helft van de 19e eeuw. Deed de herstelde en geheel vernieuwde muziekkoepel in het plantsoen in 2012 aan de stad cadeau.

Gedicht voorgedragen op zondagmiddag 4 mei in de muziekkoepel in het Worpplantsoen.


Maandagmorgen in het Noordenbergkwartier

Ik wist niet dat de stad zo stil kon zijn
en dat de straten zich zo geruisloos om mij konden sluiten,
als een laken in een te strak opgemaakt bed,
als een overhemd te nauw gekocht,
als een keuken voor een te klein behuisd gezin,
als een kinderfiets met blokken op de trappers.Ik wist niet dat ik de enige bewoner van deze wijk
zou kunnen zijn, als een drenkeling op een onbewoond eiland,
als een opvarende op een verlaten schip,
als een boer op een vereenzaamde hoeve.

Ik wist niet dat de stilte zo overtuigend kon zijn,
als van een in slaap gevallen hond,
als van een kind zonder vrienden.

Ik wist niet dat die stilte zo draagbaar kon zijn,
als van een versleten, maar prettig zittend kledingstuk.

Ik wist niet dat ìk die grijsaard zou zijn die in de zon is ingedut.

Maar het is ook denkbaar dat mijn gehoorbatterij was uitgeput.

Herman Posthumus Meyjes
Deventer, 19 juli 2013


Aangenomen werk

goedemorgen mevrouw Jansen,
wie ik ben? uw nieuwe thuishulp Jan
ik ben een ex-wajonger, dus pillen weet ik alles van
en straks komt Kurt, das eigenlijk een betonvlechter,
dus met uw steunkousen komt het helemaal goed

uw gediplomeerde hulp? die heeft nu WW,
maar dat geeft niet, dat wordt immers geregeld
door het UWV; wel jammer van die opleiding  inderdaad
maar voor klachten moet jullie  niet bij mij zijn
maar bij de gemeenteraad

wie er straks komt om u te wassen?
Ja, dat weet ik niet, maar het zou maar zo
een werkeloze wethouder kunnen zijn,
ook die hebben zich bij deze crisis
maar aan te passen

 

© Lammert Voos


Waffel Snaffel

spitter, spetter, spat

de straten zijn weer nat

laten we de meester en juf verrassen

en met blote voeten dansen door alle plassen

 

huppelen door het hoge gras

alsof ik een dartel haasje was

ik had mijn eigen witte paard

en was een ridder met een gouden zwaard

had de zon als ballon aan een zilveren touwtje

was van iedere hond en kat het favoriete vrouwtje

en ik was een wereldberoemde beeldschone actrice

of een betoverde voetballer die nooit kon verliezen

en ik kreeg zelfs in de zomer een kerstboom,

het is ongelofelijk, alles kon in deze mooie droom

want wie fantaseren kan heeft pas echt geluk

 

spitter, spetter, spat

de straten zijn weer nat

laten we de meester en juf verrassen

en met blote voeten dansen door alle plassen

 

© Lammert Voos


Oude koeien

cul·tuur (de; v; meervoud: culturen) het geheel van geestelijke verworvenheden van een land, volk enz.; beschaving (Van Dale)

 

historische hybris: is het kennis vergaren

echt een te beperkte bijdrage aan de erfgoedambities

en wat betekent dat laatste eigenlijk precies

kan iemand mij zo’n leeg woord eens verklaren?

 

historische kennis: uit een volmaakte cherubijn

schiep hybris de duivel die Eva de eeuwige

zielenpijn van de eerst begane zonde, de appel

deed grijpen, ons allen daarmee verwondde

 

een belemmering voor het vergaren van kennis

is hoogmoed, staat ook in een ander heilig boek,

De Koran, het ligt voor de hand, kost niet

veel bestudering, zelfs niet voor een simpel man

 

de moeder der hoogmoed is onwetendheid

volgens Erasmus, maar wist dan niemand

van onze wethouder zijn beleid betreffende de

sluiting van een ander Historisch museum?

 

ondertussen krimpen de buffers voor de bouw

van ons stedelijke Icarusproject, zijn eventuele

tegenvallers nauwelijks gedekt, krijgt het

burgervertrouwen opnieuw een knauw

 

nooit iets van ons hoogmoedig verleden geleerd,

want de hedendaagse steen van Sysiphos heet

rente: die is oeroud uit domheid gekneed met

de blik steevast van gezond verstand afgekeerd

 

© Lammert Voos


Caleidoscoop

geklonken in
roestvastig
angst en wantrouwen
het oordeel
getuigt diep
geworteld
hoewel
de ware
gewoon geëcht
kameraden
zusters ook
geen argwaan
gedachteloos
die Mensch
die durft
te leven
zonder
die eerste steen
met recht
lief te hebben
juichend
vol instemming
met je liefste
hand in hand

geklonken in het oordeel, hoewel
kameraden, gedachteloos te leven
met recht vol instemming

roestvastig getuigt diep de ware,
zusters ook, die Mensch, zonder lief
te hebben, met je liefste

angst en wantrouwen geworteld,
de domheid gewoon geëcht, geen argwaan,
die durft, die eerste steen, juichend

hand in hand

 

© Lammert Voos


Echo’s

de rivier eist ruimte, wil extra geulen en haar
sluimerende echo kruipt langs de lege plekken
in de stad, de verdwenen gezichten en wekt
het slapende collectieve geheugen

de bommen discrimineerden niet, vergaten zelf
nooit en bedreigen  nog steeds de mensen in het gebied
langs de bruggen, de eeuwig jeugdige dood galmt
dreigend weer zijn bloederig stalen lied

schuld heeft vele gezichten en is nooit zwart-wit:
de geallieerden bombardeerden de verkeerde
spoorlijn, de schande is nooit gewist,  dit zal
voor altijd de stad van Etty Hillesum zijn,

de treinen die op maartse zondagen stil staan,
zeventig jaar geleden bleven ze gaan, onstuitbaar
naar het oosten en er zal nooit geen kaddisj
meer gezongen worden in de Deventer synagoge

© Lammert Voos


Toegevoegde waarde

De mens aan de zijlijn
immer klagend over de maatschappij
je zou wensen dat hij meer bijdroeg
dan alleen verbaal venijn
niets en niemand is goed genoeg

maar wat draagt de stadsdichter zelf bij
met het berijden van zijn stokpaarden,
wat is daarvan eigenlijk de toegevoegde waarde?
van zijn gedichten wordt kennelijk ook niemand blij

Sinterklaas, antisemiet, waardeloze dichter,
biedt kwaliteit die past bij zijn achternaam
de uitvreter, hypocriet en oplichter gebruikt
woorden die niemand snapt of juist te simpel zijn,
is een wandelende grap, heeft een ziek brein

luis in de pels of poëet,
wat is goed voor een stad,
inhoud, vorm, traditie of ambacht,
is er iemand die het weet?

heeft Deventer wel een stadsdichter nodig,
of is deze functie eigenlijk totaal overbodig?

 

© Lammert Voos


Tien procent

het nieuwe stadskantoor wordt  van iedere burger,

dat zei het gemeentebestuur terecht

een waarheid als een koe,  uiterst betrouwbaar in haar voorspelbaarheid

dat mag ook wel eens gezegd

want derivaten zijn risicovol en ondoorzichtig,

vraag de Grieken en Vestia, die waren

eerder daarmee onvoorzichtig

en een gift van tien procent stelt toch weinig voor

uw leven gaat met zo’n klein offer gewoon door

en wilde u toch al niet op dieet?

maar wat bedoelt u met de schijn tegen?

dit argument zal het gemeentebestuur zorgvuldig afwegen,

met deze gedachte, dit argument, zal het bestuur even zorgvuldig

haar r**t afvegen

 

© Lammert Voos


Defect kompas

giftig koperdamp leidt tot krankzinnigheid,

brons tot eeuwen onderontwikkelde hebzucht,

een schip is van een graf gestolen, de dader,

het glas van zijn kompas te zeer beduimeld om

helder te zien, draaft door op bezoedeld pad,

schendt het grote verdriet, roept meer daarvan op,

rijt oude wonden open en ontheiligt tranen, trapt nog eens

op de reeds broze harten, laat gekneusde graven

aangetast achter als stille getuigen van

verwond vertrouwen

© Lammert Voos


Luchtfietsen

Icarus ondervond al aan den
lijve, vooruitgang heeft een prijs,
want als UV en nucleaire straling
te sterk zijn, de lucht niet meer
te ademen valt, het licht definitief
is gedoofd, wie vliegt dan nog?

vechten tegen windmolens, daar
is een mooi boek over geschreven

© Lammert Voos


Schadenfreude

de man die driehoog woont aan het Pothoofd
legt glimlachend zijn verrekijker neer, maar meeuw noch stern
boven de rivier hebben zijn aandacht

het zijn de tegels op de kade, schots en scheef en verzakt,
de schepen die van hun trossen slaan aan de zinkende oever
en het zijn auto’s die uit koers raken door het golvend asfalt en
rakelings langs de hinkelende voetgangers scheren,

de volgende is misschien raak, denkt hij besmuikt maar hoopvol
en hij ziet, hij is immers een ziener, een man van kansen,
hij ziet mogelijkheden in onmacht en onbeholpenheid,
de schreeuw uit de onderbuik is hem nooit luid genoeg

de man die driehoog woont aan het Pothoofd
is letselschadeadvocaat, hij droomt iedere nacht
van een grotere woning

© Lammert Voos


Verweesd palet

Voor Hans Bosman, Deventer schilder (1958-2012)

een duizendmaal eerder ingeslagen weg,
de klinkers altijd eender op het eerste stuk
op onaangeraakt doek waarop wit niet
per definitie maagdelijk is

je tot fonkelende spleetjes toegeknepen ogen
bij een gulle lach, belangstellende concentratie
en ambachtelijke twijfel en zelfvertrouwen
in iedere aarzelende eerste lijn

de opzet van de vader, de zoon, de broer, de minnaar,
de liefdevolle intenties van de man op de fiets,
al die mooie kinderen die je hoopvol aanstaren
vanaf gulzige canvas

de perfectie van het imperfecte gevat met vaste hand,
tussen marterharen wimpers nu een bundel penselen
werkeloos rustend naast het verweesd palet,
in het stille atelier is het nog gister

© Lammert Voos


Adieu meester G.

dwalend tussen kraampjes, boeken bebladerend, ruiken en
proeven van zoveel gezichten en pagina’s en de ziel in het
verlangen naar die ene stem, duw je iedereen opzij; hij,
de meester, die zich met wapperende jaspanden naar zijn
lunch haast, daarna heeft hij nog een interview en hij
verkneukelt zich glimlachend reeds om de ondeugendheden
die hij straks zal orakelen, het plaatselijk journaille in
opperste verwarring achterlatend

dat is geweest

tussen de duizenden mensen is een leegte gevallen, daar
op het podium zal niemand meer mild glimlachend zijn
publiek aanschouwen, een gat, een donker gat, aan de tafel
waar gesigneerd wordt, op de boekenmarkt en in mijn hart
en geen drankovergoten nachtelijke audities meer, nooit meer
die kwajongenslach, de gespeelde norsheid, uw e-mails
doorspekt met kwinkslag; nimmer is een verscheiden poëet
massaler beweend en hier sta ik en ween machteloos mee

Adieu meester G.

© Lammert Voos


Oranjestorm

een voorjaarstorm doet vlaggetjes hysterisch
dansen aan de gevels en rode daken, de wind
rukt aan de vaantjes en de buizen van ontelbare
partytenten kreunen; de trouwe oranjefan
kreunt mee, achter de verhitte gezichten het
hondstrouwe gemoed in beroering door
zure oprispingen van vaderlandsliefde
en straks, zal het een overwinning zijn,
de auto’s toeterend door de straten trekken
of een verslagen stilte over de stad hangen,
een onweersbui rommelt in de maag van
de onversaagde voetbalman, zijn dat de
zenuwen of is het gewoon weer teveel bier?

© Lammert Voos


BOEM!

mensen in nood
geven signalen af,
verbaal of in gedrag,
geweld en diefstal
liggen voor de hand,
er zijn er voor minder
reeds in de bak beland
en je kunt de risico’s
aftellen op de vingers
van één hand

nog wel…

© Lammert Voos


Magere Hein in overall

onze noeste werker, altijd van zessen klaar
heeft zijn broodtrommeltje gesloten
het contract is afgelopen, de tijd is om,
hij werpt haastig nog eens de teerling,
moeder heeft de koffie bruin

staal buigt niet en kraakt en kreunt en groet
het donkere water, tart kranig de voorzienigheid

Russische roulette met voortrazende treinen,
spant toeval de haan, een kogel in de kamer,
weer geluk, de stad heeft al zijn bewoners nog,
geen nieuws voor de noodlotsraven
en de Styx blijft spiegelglad

de noeste werker in overall haalt de schouders op
vandaag had hij zijn kruit reeds elders verschoten

© Lammert Voos


Kranen

steelse voetstappen knerpen in het grind,
echoën in de marmeren stilte, getuigen
van wat nog niet vergeten is, in stilte
gadegeslagen door konijnen en een jagende
uil, een versteende engel

mannen met waterpomptangen, nekharen
recht overeind, het is de wind, slechts
de wind, een angstige oefening in duistere
zaken, gemak dient de mens, koper wordt
duur betaald

de tappunten gewond, water doorklieft
de donkere lucht, valt terug om tenslotte
in de bodem te zakken, onbereikbaar
voor de moeder die bloemen meenam
voor haar eeuwig slapende zoon

hebzucht en respect zijn altijd
vreemden voor elkaar geweest

© Lammert Voos


De volksvertegenwoordiger die even niet meedoet!

het Gesundes Volksempfinden komt even niet uit,
pas bij de volgende verkiezingen en dan maar hopen
dat het geheugen van de mondige burger stokt bij
het aanschouwen van de pracht en praal die jij hem
geschonken hebt, om ook je kinderen iets na te laten,

maar voor nu is de dubbele, of erger nog, de geheime
agenda de baas als het klootjesvolk zich uitspreekt
tegen jouw idee van Meedoen! bijstandstrekkers
kosten immers geld, en dat heb jij nodig voor het oppompen
van jouw ego, daar heb jij immers Rechtop!

dus verzin je even snel wat oneigenlijke argumenten,
smeert wat extra boter op je hoofd, wentel je jezelf
nog eens in je bestuurlijke arrogantie, want ze
hebben jou toch op het schild gehesen, want het volk zag,
net als jij, hoe briljant jij was, toen nam je het wel serieus

democratie betekent letterlijk dat het volk
de verstandigste mensen uit hun midden kiest
om hen te vertegenwoordigen, maar zo niet in Deventer,
daar krijgt het begrip ‘volksvertegenwoordiging’
een totaal nieuwe klank

© Lammert Voos


Prestige

de jeugd heeft de toekomst,
maar dan wel op straat, terug
naar de jaren tachtig, bezuinigen
op de menselijke maat, maar voor
prestige is er altijd geld genoeg

de snijdende oostenwind haalt
de zwervers binnen, maar hoe lang
bestaat deze zorg nog, de gemeente,
ooit artikel 12, nu armoedig qua
moraal, lege kantoorpanden genoeg

maar bestuurders, zien liever nieuwe
gevels ingevuld en toeristen komen toch
niet in de verpauperde wijken, zelfredzaamheid,
de buikriem aantrekken, het bekt beter
dan laat ze maar aan hun lot over
de ijssculpturen van Zwolle krijgen navolging

in onze stad, met bevroren zwervers op de trappen
van het nieuwe kantoor, bezuinigingen hebben
immers hun prijs en een nieuw stadskantoor ook,
maar waarschijnlijk vinden ambtenaren dat een

onredelijk vergelijk

© Lammert Voos